HR 11-01-1977, NJ 1977, 467 Bromfietshelm

Casus

Bewezen is dat rekwirant op 15-10-1975 een niet goed passende helm droeg. Dit was verboden bij art. 94 RVV. Art. 2 WVW is per 3-10-1975 gewijzigd in zoverre dat ‘bij AMvB’ is vervangen door ‘bij of krachtens AMvB’, wat subdelegatie en dus het stellen van nadere regels bij AMvB en tevens bij ministerieel besluit mogelijk maakt.

Essentie

Ten tijde van het tot stand komen van het KB van 22-06-1973, kon de subdelegatie als bedoeld in lid 2 van art. 94a RVV niet rechtsgeldig plaatsvinden, zodat art. 94 a RVV lid 2 onverbindend is. Hieraan doet niet af dat art. 94 a RVV per 01-02-1975 pas in werking is getreden (na de wijziging van art. 2 WVW), daar de datum van totstandkoming en afkondiging (niet het in werking treden) beslissend zijn voor de rechtsgeldigheid van dat artikel. De HR is van mening dat geen sprake is van (sub)delegatie van regelgevende bevoegdheid, maar dat slechts uitvoering wordt opgedragen aan het door de besluitgever gegeven verbod van de vereiste werking te verzekeren.



Noot:

Aan dit oordeel ligt de veronderstelling ten grondslag dat een uitvoeringsbevoegdheid de bevoegdheid tot het geven van algemeen verbindende voorschriften (op ondergeschikte punten) kan omvatten.

 

Laat een reactie achter