HvJ 30-10-2003, C-224/01 Köbler/Oostenrijkse Staat
Casus
Köbler staat als gewoon hoogleraar in publiekrechtelijke dienstverhouding tot de Oostenrijkse staat. Hij wilde aanspraak maken op een hoger loon, maar daarvoor moest je wel 15 jaar in dienst zijn van een Oostenrijkse uni. Dat was hij niet, maar wel 15 jaar Europese uni’s. Hij stelt dat dit een ongerechtvaardigde indirecte discriminatie oplevert. K. stelt schadevergoedingsactie tegen Oostenrijk is, met het oog op vergoeding van de schade die hij stelt te hebben geleden doordat hem geen toelage is betaald.
Essentie
Het beginsel dat een lidstaat verplicht is de schade te vergoeden die particulieren lijden als gevolg van een schending van het gemeenschapsrecht die aan hem kan worden toegerekend, is eveneens van toepassing indien de betrokken schending voortvloeit uit een beslissing van een in laatste aanleg rechtsprekende rechtelijke instantie, voorzover de geschonden communautaire rechtsregel ertoe strekt particulieren rechten toe te kennen, de schending voldoende gekwalificeerd is en er een rechtstreeks causaal verband bestaat tussen deze schending en de door de betrokkenen geleden schade. Om te bepalen of de schending voldoende gekwalificeerd is, wanneer deze schending uit een dergelijke beslissing voortvloeit, moet de bevoegde nationale rechter, rekening houdend met de specifieke aard van de rechtsprekende functie, onderzoeken of dit een kennelijke schending is. De rechtsorde van iedere lidstaat dient de bevoegde rechter aan te wijzen om geschillen betreffende deze vergoeding te beslechten.