HR 09-10-1999, NJ 1999, 581 Hartman/Bakker

Casus

Een chaffeur van Bakker voert vervuilde grond van het terrein van Haaima af. Een van de op het terrein aanwezige werknemers van Hartman (Cuijper) tekent ter plaatse de overeenkomst. Als Bakker vervolgens de rekening opstuurt naar Hartman beweert laatstgenoemde dat er geen volmacht aan Cuiper was verleend en dat hij om die reden niet gebonden zou zijn aan de overeenkomst. Bakker voert aan dat Cuiper zich heeft gepresenteerd als uitvoerder en dat hij er op mocht vertrouwen dat er een toereikende volmacht was verleend.

Essentie

De HR beslist in haar arrest dat de schijn die is gewekt niet voldoende is om van een gerechtvaardigd vertrouwen op de toereikendheid van de volmacht te kunnen spreken. Bakker had moeten begrijpen dat de overeenkomst tot het afvoeren van vuile grond geen alledaagse overeenkomst is. Er is aldus geen volmacht tot stand gekomen.

 

Laat een reactie achter