HR 20-12-1926, NJ 1926, 85 De Auditu
Casus
Een man wordt ervan verdacht zich door zijn vriendin te laten onderhouden van het geld dat zij als prostituee verdient. Hij wordt vervolgd wegens "het als souteneur uit de ontucht van een vrouw voordeel trekken" ex art. 432 en 434 Sr. Het feit wordt bewezen verklaard onder meer door het gebruik van een getuigenverklaring van een vriendin die de verdachte had horen zeggen dat de vrouw als prostituee voor de verdachte geld moest verdienen.
Rechtsvraag
Mag een getuigenis van horen zeggen, een testimonium de auditie, als bewijsmiddel gebruikt worden voor de bewezenverklaring gelet op art. 342 lid 1 Sv.: "feiten die de getuige zelf waargenomen of ondervonden heeft?"
Essentie
Volgens de Hoge Raad sluit de tekst van de wet, haar systeem en de geschiedenis van haar totstandkoming niet uit dat een getuigenis van horen zeggen mag worden gebezigd. Een testimonium de auditie is dus een wettig bewijsmiddel.