HR 18-03-1952, NJ 1952, 314 Kleurloos opzet
Casus
Verdachte heeft een partij tandtechnische artikelen ingevoerd uit Duitsland zonder overlegging van de vereiste documenten aan de douane. De rechtbank noemt dit een opzettelijke overtreding en het Hof een niet-opzettelijke. De vraag is hier of er met betrekking tot art. 31 lid 1 Deviezenbesluit boos opzet moet worden geëist.
Rechtsvraag
Is het voldoende dat de opzet gericht is op de verboden gedraging (kleurloos opzet) of moet het opzet mede gericht zijn op het overtreden van de norm (boos opzet)?
Essentie
In een vroegere discussie of opzet boos opzet moet zijn, kwam men tot de conclusie dat in het algemeen feiten strafbaar horen te zijn, zowel wanneer de dader beseft heeft als wanneer hij had behoren te beseffen dat zijn gedraging strafbaar gesteld is. Beide gevallen kunnen ook strafbaar gesteld zijn tot eenzelfde maximum. Alleen bij afwezigheid van alle schuld ten aanzien van de onrechtmatigheid, ontbreekt de strafbaarheid. De Hoge Raad accepteert dus kleurloos opzet.