HR 02-11-1982, NJ 1983, 282 Groningse hashishdealer

Casus

Art. 338, 430 lid 1 Sv.



De woning van de verdachte is middels het forceren van de voordeur, zonder dat tevoren was aangebeld, betreden. De beginselen van een goede procesorde zijn geschonden, met name is er inbreuk gemaakt op het recht van huisvrede, terwijl de verdachte niet aangemerkt kan worden als ernstig crimineel. Het Hof oordeelt de wijze waarop het bewijs is verworven onrechtmatig. Daarmee is tevens het bewijsmateriaal onrechtmatig verkregen. Op grond van onvoldoende wettig bewijsmateriaal wordt de verdachte vrijgesproken.

Rechtsvraag

Is een vrijspraak wegens onrechtmatige bewijsgaring een zuivere vrijspraak en als zodanig niet aan cassatie onderhevig?

Essentie

Vrijspraak kan in cassatie slechts worden getoetst, indien de rechter bij het geven van zijn beslissing de grondslag van de tenlastelegging heeft verlaten en dus heeft vrijgesproken van iets anders dan is ten laste gelegd, art. 430 lid 1 Sv.



Vrijspraken die berusten op een onjuist of niet voldoende en niet behoorlijk met redenen omkleed oordeel omtrent de onrechtmatigheid van de bewijsgaring, voldoen niet aan deze reden en kunnen dus niet in cassatie worden getoetst.

 

Laat een reactie achter