HR 06-04-1915, NJ 1915, 427 Azewijnse paard

Casus

Casus: Ten tijde van de Eerste wereldoorlog gold een uitvoerverbod voor paarden. Dit verbod werd door een Duitser, zich bevindend in zijn eigen land overtreden door het werpen van een touw om de hals van een paard op Nederlands territoir, (in het grensplaatsje Azewijn) vanwaar hij het door het grenskanaal naar zijn kant trok.

Rechtsvraag

Kan de Duitser worden vervolgd voor overtreding van het uitvoerverbod nu hij zich ten tijde van het begaan van de overtreding lichamelijk niet op Nederlands grondgebebied bevond?

Essentie

De HR aanvaardde in dit arrest de leer van het instrument naast de leer van de lichamelijke gedraging teneinde de locus delicti te bepalen.

Door te bepalen dat men zeer goed door tussenkomst van een instrument kan handelen op een andere plaats dan waar men zich bevindt, heeft de HR uitbreiding gegeven aan de rechtsmacht van de Nederlandse rechter.

De Duitser beging het feit buiten ons land en zou daarvoor niet te vervolgen zijn geweest bij handhaving van de leer van de lichamelijke gedraging
In een later arrest aanvaardde de Hoge Raad ook de leer van het gevolg. Zie hiervoor HR 06-04-1964, NJ 1964,368 Singapore.

 

Laat een reactie achter