HR 20-01-1959, NJ 1959, 102/103 Leeftijd
Casus
Requirant v.d. V. pleegde ontuchtige handelingen met jeugdige meisjes beneden de leeftijd van zestien jaren, hetgeen opleverende overtreding van art. 247 Sr.
Het verweer van requirant luidde, dat hij niet wist dat zijn slachtoffers de leeftijd van zestien jaren nog niet hadden bereikt. Hij beriep zich op de schulduitsluitingsgrond AVAS aangezien hij in dwaling verkeerde omtrent de leeftijd van de slachtoffers.
Essentie
De Hoge Raad overwoog dat het bestanddeel `beneden de leeftijd van zestien jaren' aan het opzet van de dader wordt onttrokken, m.a.w. dit bestanddeel van de delictsomschrijving is geobjectiveerd. De kans dat met succes een AVAS beroep wordt gedaan t.a.v. de leeftijd van de slachtoffers, moet worden bezien i.v.m. de aard en strekking van de strafbepalingen uit de art. 245 en 247 Sr. Deze artikelen beogen juist jeugdigen beneden de leeftijd van zestien jaar te beschermen tegen dit soort zedenmisdrijven en hebben ook de strekking deze jeugdigen te beschermen tegen verleiding die mede van henzelf kan uitgaan. Het doel van deze strafbepalingen zou worden gemist indien een avas-verweer door de rechter zou worden gehonoreerd. Oftewel, indien vaststaat dat het slachtoffer beneden de leeftijd van zestien jaren was, zal een wezenverklaring en een veroordeling ter zake van art. 247 Sr kunnen volgen. Is dit nu in strijd met het beginsel `geen straf zonder schuld'?
In ieder geval zal een ovar volgen indien de verdachte aannemelijk kan maken dat hij helemaal geen wetenschap heeft van aanwezigheid van schuld. Nu het bestanddeel `beneden de leeftijd van zestien jaren' is geobjectiveerd wordt het beroep op avas bijna onmogelijk.