HR 11-12-1959, NJ 1960, 230 Eelman/Hin

Casus

Op 20 april 1954 verkoopt Eelman zijn op Texel gelegen boerderij aan Hin. Eelman had namelijk het idee dat er spoken in zijn huis ronddwaalden. Hin was hiervan niet op de hoogte en koopt het huis. Op 1 juli blijkt dat Eelman niet tot levering bereidt is. Hij voert daartoe aan dat hij de overeenkomst niet had willen sluiten, althans dat deze gebrekkig tot stand is gekomen: hij is schizofreen en had de boerderij verkocht om van de boze geesten in de boerderij af te komen. Hij zou de koop overeenkomst onder invloed van geestesstoornis hebben gesloten, de rechtshandeling zou derhalve vernietigbaar zijn op grond van wilsgebreke. Hin wist ten tijde van de koopovereenkomst niet dat Hin van de boerderij af wilde omdat het door spoken zou worden bewoond. Later wordt inderdaad vastgesteld dat Eelman krankzinnig is en wordt hij onder curatele gesteld.

Rechtsvraag

Kan Eelman van de koopovereenkomst af komen of dient Hin te worden beschermd?

Essentie

De Hoge Raad:
'dat, terwijl voor een beroep op onbekwaamheid de vraag of de wederpartij van den onbekwame diens onbekwaamheid heeft gekend of heeft kunnen kennen in het algemeen onverschillig is, voor het slagen van een beroep op het gebrek aan een met een uiterlijk gegeven toestemming overeenstemmenden innerlijken wil althans ten aanzien van overeenkomsten onder bezwarenden titel in het algemeen zal moeten worden verlangd dat de wederpartij heeft begrepen of heeft moeten begrijpen dat de schijn, welke door de uiterlijk gegeven toestemming werd opgeroepen, niet beantwoordde aan een bij hem, die dezen opriep, werkelijk aanwezigen wil;'

Hieruit kunnen twee belangrijke beslissingen worden gedestilleerd. In de eerste plaats maakt de uitspraak duidelijk dat de rechtshandeling van de handelingsonbekwame vernietigbaar is, ongeacht of de wederpartij van de onbekwaamheid op de hoogte is.
In de tweede plaats preciseert de Hoge Raad dat bij andere rechtshandelingen dan die van de handelingsonbekwame (dus bij 'feitelijke onbekwaamheid'), het ontbreken van de wil bij een der partijen kan worden gemitigeerd door gerechtvaardigd vertrouwen. Indien de wederpartij zich beroept op de schijn van bekwaamheid die de gestoorde heeft gewekt, dan is de rechtshandeling toch geldig. Dat heeft als consequentie dat Eelman heeft in te staan voor het positief contractsbelang.

Opmerking
Hoewel dit arrest behoort tot de standaardarresten van het Nederlands recht, is teruggrijpen op dit arrest voor de hedendaagse jurist niet echt nodig: de regels omtrent de vertrouwensleer die de Hoge Raad in dit arrest expliciet uiteenzette, zijn door het huidig Burgerlijk Wetboek hetzij gecodificeerd, hetzij achterhaald.

 

Laat een reactie achter