HR 28-03-1990, AB 1990, 306 Leidraad administratieve boeten
Casus
Een ondernemer (eigenaar van een dierenspeciaalzaak) doet te laat aangifte omzetbelasting. Hierop heeft de inspecteur het bedrag nageheven en van de verhoging geen verdere kwijtschelding verleend dan tot op 50% van de enkelvoudige belasting.
De belanghebbende heeft tegen het kwijtscheldingsbesluit beroep ingesteld bij het hof. In het geschil is of de inspecteur terecht de verhoging niet verder heeft kwijtgescholden dan tot op 50% van het bedrag aan enkelvoudige belasting. Naar 's Hofs oordeel heeft de inspecteur bij afweging van alle betrokken belangen in redelijkheid niet kunnen komen tot het besluit de in de naheffingsaanslag begrepen verhoging niet verder kwijt te schelden dan tot op 50% van het bedrag van de enkelvoudige belasting. Een zodanige afweging leidt naar 's Hofs oordeel tot een kwijtschelding tot 10% van het bedrag aan enkelvoudige belasting.
De staatssecretaris van Financien heeft tegen 's Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld.
Essentie
Onder 'recht' in de zin van artikel 99 (thans: 79) Wet RO zijn mede te begrijpen de door een bestuursorgaan binnen zijn bestuursbevoegdheid vastgestelde en behoorlijk bekendgemaakte regels omtrent de uitoefening van zijn beleid, die weliswaar niet kunnen gelden als algemeen verbindende voorschriften omdat zij niet krachtens enige wetgevende bevoegdheid zijn gegeven, maar die het bestuursorgaan wel op grond van enig algemeen beginsel van behoorlijk bestuur binden, en die zich naar hun inhoud en strekking ertoe lenen jegens de bij de desbetreffende regeling betrokkenen als rechtsregels te worden toegepast.
De rechter is niet tot ambtshalve toepassing van beleidsregels gehouden.