HR 25-03-1988, 1989, 200 Staal Bankiers/Ambags q.q.
Casus
Het arrest betrof een geval waarin het ontstaan van een vordering afhankelijk was gesteld van een daartoe strekkende wilsverklaring van de schuldenaar. Hier was het derhalve aan een partij overgelaten of de vordering zou ontstaan, met andere woorden de wilsverklaring van deze partij was een ontstaansvereiste voor de vordering.
Rechtsvraag
Is hier sprake van een bestaande of toekomstige vordering?
Essentie
In een dergelijk geval kan niet van een bestaande vordering - ook niet onder opschortende voorwaarden - worden gesproken, omdat de vordering eerst door het afleggen van deze wilsverklaring ontstaat. Een voor de faillietverklaring verrichte cessie blijft voor de boedel zonder gevolg, wanneer deze wilsverklaring pas na faillissement wordt afgelegd.