HMG 18-02-1921, NJ 1921, 327 Slagkwikpijpjes

Casus

Een tweede luitenant, tijdelijk gedetacheerd bij de handgranatenschool te Waalsdorp, had onderdelen van handgranaten, waaronder in handen van ondeskundigen gevaarlijk pijpjes geladen met slagkwik, naar zijn pension meegenomen. Hij had zijn hospita gewaarschuwd dat deze slagkwikpijpjes gevaarlijk waren. Bij zijn vertrek uit het pension had hij de pijpjes in een vaasje op de schoorsteenmantel achtergelaten. Kort na zijn vertrek stierf de hospita en aangezien haar dochter toen ging verhuizen en het vaasje wilde meenemen, nam zij de pijpjes eruit en liet ze op de schoorsteenmantel liggen. Een masseuse, die nog enige tijd in het verder onbewoonde pand haar praktijk uitoefende, vond een van de pijpjes in de keuken (hoe ze daar waren gekomen meldt de geschiedenis niet) en gebruikte dit om een raampin, welke bij het keukenraam ontbrak, te vervangen. Toen ook de masseuse uit het huis was weggetrokken, kregen twee werklieden opdracht de ramen en de deuren in het huis te inspecteren. Een van hen vond het pijpje, dat als raampin diende, en ging er, teneinde de hardheid ervan te controleren, met een hoedenspeld in zitten peuteren. Daardoor ontstond een ontploffing, waarbij beide werklieden ernstig gewond raakten. De luitenant werd vervolgd ter zake van 'zwaar lichamelijk letsel veroorzaakt door schuld'.

Essentie

De luitenant werd echter door het HMG (Hoog Militair Gerechtshof) vrijgesproken, omdat het causaal verband ontbrak.

Het is begrijpelijk waarom het HMG de luitenant niet heeft veroordeeld: wie een onvoorzichtigheid begaat kan niet 'eeuwig' strafbaar blijven. Hoe meer tijd er is verlopen tussen de onvoorzichtigheid en het uiteindelijke intreden van het gevolg, en hoe groter het aantal tussenschakels is, hoe onwerkelijker het wordt dat gevolg toe te schrijven aan de gemaakte fout. Het schuldverband verbleekt en het gebeuren wordt tot een ongelukkige samenloop van omstandigheden.

 

Laat een reactie achter