Rb. 16-04-1997, 18970-HAZA96-66 Gestolen Golf
Casus
Verzekeringsmaatschappij Generali vordert afgifte van een auto, die door Aliustaoglu (verder A.) op een automarkt is gekocht en door het Ministerie van Justitie, in het kader van een strafrechtelijk onderzoek in beslag is genomen. Volgens A. heeft Generali geen recht op revindicatie omdat hij te goeder trouw is geweest, hij heeft namelijk de kentekenbewijzen en chassisnummer gecontroleerd en hij niet verplicht is de identiteit van de verkoper te onderzoeken. Hij eist dan ook revindicatie van de auto.
Rechtsvraag
Hoe ver gaat de derdenbescherming als omschreven in art. 3:86 BW? En wat is hier het criterium voor “te goeder trouw” zijn?
Essentie
De Rb stelt voorop dat het een feit van algemene bekendheid is dat er op een automarkt vaak gestolen auto’s worden verhandeld. Dit brengt met zich mee dat bij het kopen van een tweedehands auto op een automarkt op de koper een verzwaarde onderzoeksplicht rust. Die onderzoeksplicht zal er naar het oordeel van de rechtbank uit moeten bestaan dat in ieder geval wordt vastgesteld dat alle originele bij de auto behorende kentekenbewijzen, dus inclusief deel III, beschikbaar zijn. Indien dit het geval is zal er geen verder onderzoek meer noodzakelijk zijn, tenzij er sprake is van bijkomende omstandigheden waardoor er desondanks getwijfeld kan worden aan de beschikkingsbevoegdheid van de koper. De Rb denkt daarbij aan een relatief lage verkoopprijs. A. is volgens de Rb te goeder trouw geweest en daarom eigenaar van de auto.